Begin 1974 stelde mijn vriend Hans Kastelein voor om samen op vakantie naar Joegoslavië te gaan. Kort daarvoor had ik mijn Citroen Dyane ingeruild voor een Datsun Cherry100a en het leek me wel leuk om daar een lange reis mee te maken. Achteraf gezien een hele uitdaging. De auto had een motor van 998 cc en een vermogen van 50 pk. Maar altijd nog beter dan de 2CV van Hans. Zelf had ik een 27mc zender in mijn auto en het leek me een goed idee als Hans ook zo’n ding zou aanschaffen. Dan hadden we communicatie van auto tot auto. We spraken bovendien af dat het mogelijk zou moeten zijn om apart van elkaar dingen te ondernemen op vakantie. Door de zenders konden we dan weer bij elkaar komen.
Op de dag dat we in Wijk bij Duurstede vertrokken spraken we af dat we dan even bij mijn ouders in Kerkrade gedag zouden zeggen. We zouden daarna via de grensovergang De Locht richting Aken rijden.
Hans moest nog snel even een gereedschapskist inpakken. Ik vroeg me af waarom hij die loodzware kist gevuld met allerlei gereedschap moest meenemen. “Je weet maar nooit” zei Hans.
Toen we bij de grens aankwamen moesten we onze papieren laten zien. Dat was in die tijd nog standaard procedure. Toen de paspoorten gecontroleerd waren viel het de douaneambtenaar op dat Hans een dolk op zijn dashboard had liggen. De douanier vroeg wat daar de bedoeling van was. Hans begon hem uitgebreid te vertellen dat we van plan waren om de binnenlanden van Joegoslavië in te gaan en dat hij gehoord had dat daar veel zigeuners waren. De douaneman onderbrak hem. Hij legde Hans uit dat als de dolk bedoeld was om een appel te schillen er niets aan de hand was, maar dat het anders als een wapen zou worden beschouwd. Hans was zo snugger om op te merken dat hij nooit appels at en wilde nogmaals het verhaal van de zigeuners vertellen. “Komt u dan maar even binnen” antwoordde de ambtenaar. Het mes werd in beslag genomen en er werd proces verbaal opgemaakt. Na de nodige vertraging door dat voorval zaten we eindelijk op de Duitse autoweg. Na een paar kilometer reed Hans de vluchtstrook op en maakte hij me via de mobilofoon duidelijk dat hij een probleem had. “Maar goed dat ik mijn gereedschapskist bij me heb”, was zijn eerste reactie. Hij had het probleem gelukkig snel opgelost. Hans had een ratelend geluid gehoord dat veroorzaakt werd doordat de originele claxon was losgeraakt. Die werd met een stuk draad vastgebonden en we konden weer verder. We zijn in een ruk doorgereden naar Joegoslavië. Ik begrijp nog steeds niet hoe ik dat heb volgehouden. Mijn Datsun had een 998 cc motortje en veel harder dan 110 kruissnelheid konden we niet rijden. Vooral ook niet omdat de Lelijke Eend van Hans dat niet aankon.

Echt voorbereid hadden we de reis niet. De route werd onderweg bepaald met het “Beste Boek voor de Weg” van de ANWB. Als ik me goed herinner zijn we bij Passau de grens met Oostenrijk gepasseerd en vandaar naar Villach gereden. In Joegoslavië stond ons een uitdaging te wachten. Daar lag de vreselijke Vrsic Pass op onze route, 1611 meter hoog en voor een groot deel voorzien van grind en keien in plaats van asfalt. Met veel pijn en moeite kropen we naar boven. Halverwege zag ik een oude grote Opel Kaptein op de weg staan. Het zweet brak me uit. Ik was bang dat als ik moest stoppen, ik niet meer boven zou komen. Ik probeerde er stapvoets langs te sturen. Op dat moment sprong de Duitse eigenaar van de Opel voor mijn auto. Hij stond er met motorpech en vroeg of ik hem naar boven kon slepen. Ik had die mongool op dat moment kunnen vermoorden.

In het noorden van Kroatië hebben we de eerste de beste camping opgezocht. Omdat het al na 23:00 uur was dat we er aan kwamen, was er geen beheerder meer. We besloten om op een vrije plek de tenten op te zetten om ons daags erna te melden. Ik was doodop en wilde zo snel mogelijk gaan slapen. Het lukte me echter met geen mogelijkheid om de dunne tentharingen in de grond te krijgen. We bleken op een soort rotsgrond te staan. Hans deed wel nog een aantal pogingen omdat hij naar eigen zeggen over rots pennen beschikte. Maar ook hij kreeg geen pen in de grond. Hij zette zijn tent provisorisch op door grote keien op het tentdoek te leggen. Zelf besloot ik om in de auto te slapen. Lily was zo genereus om aan te bieden dat ik op de passagiersstoel mocht slapen. Zei zou dan op de stoel achter het stuur plaats nemen omdat daar minder plaats was. Ik heb geen oog dichtgedaan. Het was snikheet in de auto en ik had het gevoel dat ik geen lucht meer kreeg. De raampjes durfde ik niet open te laten. Midden in de nacht, toen ik een beetje lag te dommelen, werd ik opgeschrikt door een enorme herrie. Ik zag dat in een aantal tenten het licht aanging en vroeg me af waar het geluid vandaan kon komen. Lily sliep er doodleuk doorheen. Ik maakte haar wakker en vroeg of zij wist waar het geluid vandaan kwam. Net op dat moment werd het me duidelijk. Het kwam van onder mijn eigen motorkap. Ze was met haar voeten op de claxon gaan liggen.

De dag er na zijn we verder gereden. Vanaf Rijeka reden we via een lange kustweg richting Zadar. Na de nodige uren rijden kwam die weg mijn strot uit. Links bergen, rechts de zee, en dat vele honderden kilometers lang. In een van de vele bochten sprongen plotseling 2 oude vrouwtjes voor mijn auto. Een van de vrouwen trok aan een touw een ezel met zich mee. Ik moest vol in de remmen. Ze bleven midden op de weg staan. Toen ik uitstapte hielden ze hun hand op om te bedelen. Toen had ik het helemaal gehad. Via de 27 Mc. mobilofoon riep ik Hans op die een heel stuk voor me reed. Ik stelde hem voor om de eerste de beste camping op te zoeken. Hij had door willen rijden maar stopte een paar kilometer verderop bij een groenstrook langs de kust. Volgens de kaart zaten we ca. 10 km onder Zadar. Een perfecte plaats om onze tent op te slaan. Het enige nadeel was dat er nergens schaduw was en dat we er overdag zouden wegbranden onder de verzengende zon. ’s Nachts voelde ik me er ook niet bepaald op mijn gemak. Denkend aan de verhalen van Hans over rondtrekkende zigeuners leek het mij verstandig om alles van waarde uit de auto te halen en mee de tent in te nemen.

De volgende dag kwamen 2 Fransen aan, die een stukje verder hun tent opsloegen. Eén van de mannen zat in een rolstoel. Zijn benen waren vanaf zijn knieën geamputeerd. We kwamen met ze in gesprek en nodigden hun uit om het ’s avonds bij onze tent te komen zitten. De gehandicapte man vertelde ons dat hij van origine Kroaat was, maar dat hij al jaren in Frankrijk woonde.
Om even aan de verzengende hitte te ontsnappen zijn we de dag er na naar Zadar gereden. Daar was een markt waar vooral antiek werd verkocht. Mijn oog viel op een antiek spinnewiel. De verkoper vroeg er 100 Mark voor. Mijn tegenbod was 20 Mark. Op dat moment begon de verkoper een heel toneelspel op te voeren waarbij hij mij vertelde dat hij een vrouw en kinderen had, die niets te eten hadden. Na lang praten wilde hij wel zakken tot 40 mark. Ik ging er niet op in en we liepen verder. Bij het verlaten van de markt kwam de verkoper van het spinnewiel achter mij aanlopen. Hij ging alsnog akkoord met 20 Mark. Ik bracht het spinnewiel naar de auto en wilde instappen. Op dat moment zei Hans dat hij nog even terug wilde naar de markt. Hij had ook een bod uitgebracht op een stuk antiek en wilde nog eens laatste poging doen. Halverwege de parkeerplaats en de markt kwamen we een Duitser tegen die precies hetzelfde spinnewiel als ik had gekocht. Toen ik mijn duim naar hem opstak, liet de Duitser me zijn aanwinst zien en vertelde hij me vol trots dat het een koopje was. Na stevig onderhandelen was het hem gelukt om dat ding voor 100 Mark op de kop te tikken. Hij keek erg verbaasd toen ik hem vertelde dat ik dezelfde voor 20 Mark had gekocht.
Terug op de camping stelde de Fransman zonder benen voor om een stukje te gaan zwemmen. Het verbaasde mij dat hij dat zonder benen kon. Ik vertelde hem dat ik best wel mee wilde gaan, maar dat ik niet zo’n goede zwemmer was en nog nooit in de zee had gezwommen. Gelukkig was de zee erg rustig en er was geen sprake van een golfslag. Toen we zo’n 20 meter uit de kust waren begon de Fransman paniekerig te schreeuwen. Hij zwaaide driftig met zijn armen en ging kopje onder. Toen hij weer boven water kwam schreeuwde hij “Requin, requin”. Ik had geen idee wat hij bedoelde en probeerde hem duidelijk te maken dat hij moest proberen terug te zwemmen. Erg geschrokken zwom ik alvast naar de kust. Toen we daar aankwamen begon de Fransman te schaterlachen. Hij wees naar zijn benen. Toen begreep ik pas wat hij bedoelde. De grap was dat hij het deed voorkomen dat zijn benen waren afgebeten door een haai, requin in het Frans.
Inmiddels waren er meer kampeerders op de groenstrook aangekomen. Na 2 dagen stonden er zeker 10 tot 15 tenten. Voor de autochtone bevolking was dat aanleiding om iedere dag langs te komen met handelswaar. Variërend van fruit tot antiek. Hans had van Nederland spullen om te ruilen meegenomen. Het meeste succes had hij met oude stallantaarns. Ik kocht er een houten fruitschaal en een inheems snaarinstrument. Dat instrument werd aangeboden door 2 zigeuners die tijdens het handelen steeds onderling met elkaar spraken. Ze hadden daarbij niet verwacht dat de Fransman zonder benen hun taal machtig was. Ze schrokken dan ook enorm toen die er zich plotseling mee ging bemoeien. Toen de Fransman flink tegen ze uitviel, dropen ze af. Later kwamen ze terug waarbij ze de vraagprijs fors lieten zakken.

Omdat we al een paar dagen niet behoorlijk hadden gegeten besloten we op zoek te gaan naar een restaurant. Na lang zoeken vonden we iets dat er op leek. Het was een naargeestig gebouw waar een akelige sfeer hing. Het leek wel een gevangenis. We moesten eten wat de pot schafte, en dat was niet veel soeps.
De derde dag kwam een man naar ons toelopen. Hij had een soort politiepet op en had een sigarenkistje in de hand. Hij sprak ons in het Kroaats aan en we hadden geen idee wat hij wilde. Hij wees alsmaar maar naar onze tenten en daarna tikte hij op de sigarendoos. Daar maakten wij uit op dat hij campinggeld kwam ophalen. Omdat hij ons met geen mogelijkheid kon duidelijk maken hoeveel we hem moesten betalen, gooide we een paar gulden in de doos. De man bedankte ons hartelijk en liep door naar de andere kampeerders.
Hans wilde verder de kust afzakken. Eigenlijk wilde hij naar Dubrovnik. Ik zag dat helemaal niet zitten en vond dat we nu al teveel kilometers hadden gemaakt. We spraken af dat hij alleen zou gaan. Op de terugweg zou hij ons dan met behulp van de 27 Mc zender weer traceren, zodat we samen weer verder konden trekken. Twee dagen later meldde Hans en Marianne zich weer.
De laatste dag van ons verblijf op de kuststrook kwam sneller dan verwacht. We waren koffie aan het drinken bij de tent van Marianne en Hans toen plotseling 3 politieauto’s het terrein op kwamen rijden. Twee agenten kwamen naar ons toe lopen, de anderen verspreiden zich over het terrein. Ze hadden allemaal een machinepistool in hun handen en het zag er allemaal angstaanjagend uit. Even dacht ik dat ze op zoek waren naar een voortvluchtige crimineel, maar ik begreep al snel dat ze iets van ons moesten. Omdat ze geen Duits, Frans of Engels spraken en we met handen en voeten moesten communiceren hadden we in eerste instantie niet in de gaten wat ze van ons wilden. Na een poosje begrepen we echter dat we niet mochten kamperen op de kuststrook en dat we meteen moesten vertrekken We probeerden ze nog duidelijk te maken dat we een paar dagen van te voren betaald hadden voor de plaats aan een man van de Gemeente. Daar hadden ze geen boodschap aan en ze eisten dat we voor zonsondergang weg moesten zijn. Later hoorden we dat de man die een paar dagen eerder geld op was komen halen niet van de Gemeente was, maar een oplichter. Het schijnt regelmatig voor te komen dat mensen die over een platte pet beschikken zich als ambtenaar voordoen en geld gaan ophalen bij wildkampeerders.
We besloten om diezelfde dag nog te vertrekken. Omdat ik geen zin had om meer dezelfde saaie weg terug te rijden, stelde ik voor om in Zadar te boot naar het Italiaanse Ancona te nemen. Hans en Marianne vonden dat prima.

Even voordat we de boot opgingen kochten we in Zadar een paar sloffen sigaretten en een wat flessen sterke drank. Ik vond dat een beetje spannend en vroeg dan ook aan Lily of ze die spullen goed kon verstoppen tussen de andere bagage. Toen we in Ancona aankwamen vroeg de douanier of we iets aan te geven hadden. Ik probeerde mijn zenuwen in bedwang te houden en ontkende. Op dat moment keek ik in de achteruitkijk spiegel en zag ik tot mijn stomme verbazing dat Lily de sigaretten en de drank boven op de hoedenplank had gelegd. Gelukkig vertrouwde de douanier ons op mijn blauwe ogen en konden we verder rijden.
Van Ancona zijn we doorgereden naar Rimini. Daar werd het ook weer spannend. Op de weg van het centrum naar de kust werd ik min of meer klemgereden door een oude Amerikaanse slee met open dak. De passagier stak een houten tablet naar buiten met daarop horloges en sierraden. Ik probeerde de auto voorbij te komen, hetgeen ook lukte. Ze bleven ons echter achtervolgen en kwamen steeds naast mij rijden. Toen ik ze eindelijk had afschud hoorde ik de sirene van een politiemotor en ik zag dat hij op mij afkwam. De agent wees dat ik naar de kant moest. Hij maakte mij duidelijk dat ik een overtreding had begaan. Ik had geen idee wat ik fout had gedaan. Uit zijn gebaren maakte ik op dat ik in de straat waar ik aangehouden was niet mocht rijden. Met gebaren probeerde ik hem op mijn beurt weer uit te leggen dat ik achter een bus aan was gereden. Inmiddels was er ook een politieauto bij gekomen waaruit 2 agenten met een mitrailleur waren uitgestapt. Ik vond de situatie dusdanig dreigend dat ik besloot om snel te betalen. Ik weet niet meer hoeveel ik betaald heb, maar het waren tienduizenden lires.
Ik had het helemaal gehad met Rimini en stelde Hans voor om door te rijden naar het Gardameer. Daar hebben we meerdere dagen op een camping gestaan. Vanaf hier zijn we gescheiden terug naar huis gereden. Hans en Marianne zijn nog een paar dagen naar Oostenrijk geweest. Wij zijn via een tussenstop in Zuid-Duitsland terug naar Wijk bij Duurstede gereden.
Klik hier voor de volgende pagina
Klik hier om terug te keren naar de inhoudsopgave
