Na een poosje motor te hebben gereden met een oefenvergunning leek het me toch een goed idee om een rijbewijs te gaan halen. Probleem was dat er in die tijd bijna geen rijscholen te vinden waren die motorrijles gaven. Na lang informeren kwam ik via de secretaresse van mijn baas terecht bij een dubieus figuur die aan de rand van Utrecht woonde. Zijn bouwvallig huisje was omringt door een groot erf waar allemaal rotzooi op lag. De man had het voorkomen van een junk, Hij beschikte over een oud Jawa motor waarop midden op het zadel een 2de stuur was bevestigd dat voorzien was van een extra voorrem en een koppeling. De man ging achter op de motor zitten en liet me een route rijden die ikzelf mocht bepalen. Hij zou dan wel door op mijn schouder te tikken aangeven wanneer ik weer terug naar zijn huis moest rijden.
De tweede les regende het. Mijn instructeur vond dat een reden om niet achterop te gaan zitten en stelde voor dat ik maar een uurtje alleen moest gaan rijden. Ik heb me na die “les” maar meteen voor het examen aangemeld. De oproep voor het examen volgde na een paar weken. Ik moest me melden bij het Oude Tolhuys in Utrecht. Eerst praktijkexamen, na afloop daarvan theorie-examen.
Tegenwoordig gaat de communicatie tussen de motor en auto per portofoon, in die tijd was dat nog niet het geval en vertelde de examinator je in fases de route die gereden moest worden.
De examinator was een norse man die voor aanvang van het examen nog een aantal zaken duidelijk wilde maken. Het begon zijn verhaal met te stellen dat als ik hem onderweg zou kwijtraken, door zijn schuld of door mijn schuld, ik gezakt zou zijn. “Let daar op” zei hij op een niet al te vriendelijke toon. Ik vroeg of ik ook iets vooraf mocht zeggen. “Doe maar” zei hij. Ik vertelde hem dat ik uit Limburg kom, en dat ik niet bekend ben in Utrecht. “Doet er niet toe” antwoordde hij. Vervolgens begon hij de te rijden route uit te leggen. Dat ging in de trant van “eerste rechts, schuine bocht naar links, daarna tweede recht en vervolgen stoppen bij de Jan van Galen kazerne. Door de zenuwen kon ik dat allemaal niet onthouden en vroeg ik hem of hij het nog een kon herhalen. Dat deed hij, maar ik was het halverwege weer kwijt. Geïrriteerd somde hij de route nog eens op en ik stapte op de motor.
Bij de Croeselaan, een uiterst lange weg, in die tijd met allemaal wegen van rechts die voorrang hadden, ging ik langzaam rijden en keek ik overdreven goed naar rechts. Dit om te voorkomen dat ik vol in de rem zou moeten. Ik hoorde de examinator achter me toeteren. Toen ik omkeek zag ik dat hij met zij arm een gebaar maakte dat ik door moest rijden. Een eindje verderop deed hij dat nog eens, maar nu indringender. Toen ik daar ook niet op reageerde kwam hij voor me rijden om me te laten stoppen. Hij stapte uit zijn auto en vroeg me wat ik aan het doen was. Ik wees hem op de zijwegen met voorrang, maar dat vond hij geen reden om zo langzaam te rijden. “Je rijdt op een motor en niet op een fiets” zei hij en stapte weer in zijn auto.
De rit vervolgde dwars door het centrum van Utrecht. Tijdens spitsuur geen sinecure als je bedenkt dat dit zich afspeelde in een tijd dat er geen richtingaanwijzers op een motor zaten. Je moest je hand uitsteken, gelijktijdig over je schouder kijken en ook nog opletten dat je de examinator niet kwijtraakte. Niet bepaald een ronde om de kerk, zoals bij mij auto rijexamen.
Teruggekomen bij het Oude Tolhuys moest ik wachten tot de examinator klaar was met het invullen van enkele formulieren. Op enig moment wenkte hij dat ik moest komen om een handtekening te zetten. “Je bent geslaagd omdat ik geen harde reden heb om je te laten zakken, maar neem van mij aan dat je niet kunt motorrijden” waren zijn woorden.
Daarna volgde het theorie-examen. Ik had me niet al te fanatiek voorbereid vanuit de gedachte dat ik met het maximale aantal punten geslaagd was voor de theorie bij mijn auto examen en ging er van uit dat ik dit well ging redden. Helaas, ik zakte met slechts 32 punten. Een maand later heb ik opnieuw theorie-examen moeten doen. Als ik daar de tweede keer voor was gezakt, dan had ik opnieuw moeten afrijden. Van de gedachte daaraan kreeg ik nachtmerries. Gelukkig lukte het de tweede keer.
Klik hier voor de volgende pagina
Klik hier om terug te keren naar de inhoudsopgave
