Werken voor de Raad van Bestuur

Op een dag kwam Pierre Kubben van het Concern Secretariaat (de man van de bijna aanrijding) naar me toe. Hij had gehoord dat ik iets wist van database software. Bij het Concern Secretariaat had men plannen om de vergaderstukken van de Raad van Bestuur in een database op te slaan en deze doorzoekbaar te maken. Men had hiervoor een offerte opgevraagd bij het Computer Centrum Nederland (CCN). Volgens het CCN zou het project enkele tonnen gaan kosten. Toen ik Kubben vertelde dat de gewenste functionaliteit voor nog geen fl. 5.000 te realiseren was met een standaard PC pakket, kon hij dit niet geloven. Ik bood hem aan dat ik desgewenst een demonstratie kon verzorgen met het op de Bibliotheek aanwezige pakket Freebase. Hij wilde nog even mijn zijn baas overleggen en beloofde er nog op terug te komen. Twee dagen later belde Kubben om een afspraak te maken. Zijn baas, Marlene Hoeppertz (Secretaris Raad van Bestuur) was onder de indruk van de demonstratie, maar ze was tevens vol ongeloof over de door CCN afgegeven prijsindicatie.

De weken erna werd ik nog een paar keer ontboden op de 8ste verdieping. Marlene Hoeppertz had telkens weer wat vragen over de door mij voorgestelde oplossing. Ik vond het best spannend om te mogen kijken op de etage waar alles anders was, dan in de rest van het gebouw. Normaal gesproken kom je zo snel niet in de directe omgeving van de Raad van Bestuur.
Op enig moment kwam Pierre Kubben weer bij me binnenlopen. Hij vroeg of ik tijd had om een kop koffie met hem te drinken. Tijdens de gang naar de koffieautomaat, vertelde hij mij dat hij binnenkort met vervroegd pensioen zou gaan. Men zocht een opvolger voor hem, en het leek hem een goed idee als ik zou solliciteren. Dan zou ik meteen de door mij voorgestelde database oplossing kunnen implementeren. Hij had hier al met Marlene Hoeppertz over gesproken en zij was volledig akkoord.
Toen ik antwoordde dat het bij een eventueel vertrek naar een nieuwe functie wel de bedoeling was dat ik er financieel op vooruit zou gaan, was Kubben gepikeerd. “Ik weet precies in welke salarisgroep jij zit, en neem van mij aan dat je er op vooruit gaat” antwoordde hij. Dat verbaasde mij omdat ik tenslotte leiding gaf aan meer dan 10 medewerkers en hij een eenmansfunctie bekleedde.

Het was geen gemakkelijke beslissing. Maar de salarisgroep verhoging en de uitdaging om op de luxe 8ste verdieping te mogen werken spraken me wel aan. Wat me minder aansprak waren zaken als salarisadministratie en financiën, die in mijn takenpakket zouden komen te zitten. Uiteindelijk besloot ik toch maar te solliciteren.

Sollicitatie gesprek

Het sollicitatiegesprek dat plaatsvond op 18 augustus 1989 moest gevoerd worden met Frans Pistorius, Secretaris van de Vennootschap. Hij was de opvolger van de legendarische man “met het strikje”, Eus Akkermans. Enigszins nerveus liep ik de gang op waar hij moest zitten. Ik keek op de naamplaatjes naast de deuren en vond al snel de deur met F.A. Pistorius RA. Ik klopte aan en liep binnen. Jaren later hoorde ik dat men daar hartelijk om gelachen heeft, omdat het not done was om deze deur te gebruiken. Men diende zich bij de secretaresse te melden.
Pistorius begon meteen concrete vragen te stellen. “Wat is je financieel-economische achtergrond?” was zijn eerste vraag. “Heb ik niet”, antwoordde ik kort. Hij attendeerde mij er op dat dit wel eens lastig kon worden, omdat het de bedoeling was dat ik o.a. moest budgetteren en financiële rapportages zou moeten verzorgen voor DSM NV. “Wat is je kennis van salarisadministratie?” vervolgde hij. “Nul”, zei ik en tekende daar bij aan dat ik niet in staat was om mijn eigen salarisafrekening te controleren. Hij fronste zijn wenkbrauwen en merkte op dat het wel de bedoeling was dat ik voor de ca. 25 topfunctionarissen met DSM NV dienstverband de salarisadministratie zou moeten doen. Daarnaast zou ik ook verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling van de honoraria van de Raad van Commissarissen. Als laatste informeerde hij naar mijn kennis en ervaring op het gebied van arbeidsvoorwaarden. Toen ik hem liet weten ook hier geen ervaring mee te hebben, begon hij driftig in de stapel papieren te bladeren die achter hem op een tafeltje lagen. “Linden was je naam toch”, vroeg hij. Hij vroeg zich namelijk af of hij wel de juiste persoon voor zich had zitten en dacht dat hij 2 afspraken had verwisseld. Toen dat niet het geval bleek te zijn vroeg hij mij hoe ik gedacht had deze toch wel belangrijke functie te gaan invullen. Ik antwoordde dat ik bij de sollicitatie voor mijn huidige functie ook veel vragen met “nee” en “geen ervaring” moest beantwoorden, maar dat ik me al snel de benodigde kennis eigen had gemaakt. Ik had er vertrouwen in dat ik me ook de voor de nieuwe functie noodzakelijke kennis zou eigen maken, zo vertelde ik hem.
Pistorius stond op, gaf me een hand en zei dat ik er nog van zou horen.

Ik was er van overtuigd dat ik afgewezen zou worden. Groot was mijn verbazing toen ik 2 weken later een brief kreeg met de mededeling dat ik was aangenomen. Letterlijk stond in de brief “…dat u bent aangenomen bij de Raad van Bestuur van DSM” Op 1 oktober 1989 startte ik bij het Concern Secretariaat

De inwerkperiode

Gedurende de relatief korte inwerkperiode bij het Concern Secretariaat moest ik mij tot het uiterste inspannen om alles op een rijtje te krijgen. Een aantal zaken speelden slechts 1 keer per kwartaal of 1 keer per jaar. Voorganger Kubben belde me dan bij de Bibliotheek en vroeg dan of ik naar boven kon komen. De volgende keer dat de honoraria van de Raad van Commissarissen betaald zou moeten worden, zou hij al in de VUT zijn. Hij kon het dus maar 1 keer laten zien.
Er waren net zo veel uitzonderingen als commissarissen. Zo worden Commissarissen met 4 of meer commissariaten aangemerkt als ondernemer en moesten derhalve BTW betaald krijgen over hun honorarium. Bij sommige moest wel loonbelasting ingehouden worden en bij anderen weer niet. Een totale uitzondering was oud-minister Vredeling, die ook in de Europese Commissie heeft gezeten. Een paar jaar verder in 2001 werd ook nog de Wet Oort ingevoerd en moest ik de commissarissen gaan uitleggen wat de pas ingevoerde overhevelingstoeslag was, terwijl ik dat zelf amper snapte. Ik herinner me dat ik een standaard zin uit mijn hoofd had geleerd die ik opdreunde als weer iemand die vraag stelde. Ik vertelde ze dan dat de overhevelingstoeslag een compensatie was voor het feit dat de werknemer nu de zogenaamde A premies moest gaan betalen. Voorheen betaalde de werkgever die. Toen Vredeling mij belde voor uitleg, vertelde ik hem dit. Zijn antwoord was dat hij nooit premies betaald had. Beleefd maakte ik hem duidelijk dat hij zich vergiste en dat iedere Nederlander vanaf nu die premies moest gaan betalen. Ik hoor het hem nog zeggen: “nu moet jij eens goed luisteren jong, ik zeg je zojuist dat ik geen premies hoef te betalen, want ik heb bij de Europese Commissie gewerkt”. Hoewel ik me niet kon voorstellen dat hij gelijk had, eindigde ik het gesprek met de mededeling dat ik het ging uitzoeken en dat ik hem terug zou bellen. Na heel wat bellen met allerlei instanties bleek dat Vredeling inderdaad gelijk had. De vraag was nu hoe ik dat met ons op maat gemaakte salarisprogramma kon verwerken. De software was gemaakt door een eenmanszaakje in Eindhoven en de maker kon me geen antwoord geven. Ook de baas van onze Centrale Salarisadministratie, Dré Schlössels, wist niet wat hij hier mee aan moest. Toen ook het Belastingkantoor geen antwoord wist te geven, realiseerde ik mij dat ik een groot probleem had. Mijn laatste strohalm was het Ministerie van Financiën. Na urenlang aan de telefoon te hebben gehangen en talloze keren te zijn doorverbonden, kreeg ik iemand aan de lijn die de oplossing had. Die ambtenaar vertelde mij dat hoewel deze situatie bijna niet voorkwam, men er wel in had voorzien. Achter in de loonbelastingtabellen zijn met kleine lettertjes zogenaamde herleidingsregels opgenomen. Als ik die zou toepassen dan zou alles goed komen. De Eindhovense programmeur werd hier niet vrolijk van. Die kon zijn programma gaan herschrijven voor die enkele uitzondering met de naam Vredeling.

Een andere uitzondering binnen de salarisadministratie vormde Hans van Liemt, de voorzitter van de Raad van Bestuur. Hij wilde graag over contant geld beschikken en ik moest hem dan ook iedere laatste werkdag van de maand fl. 1000 contant uit betalen. De procedure hiervoor was dat ik bij de kassier dat bedrag opnam en hiervoor mijn handtekening moest zetten op een kaart. Die kaart moest ik dan weer naar de kassier terugbrengen zodra Van Liemt die ook getekend had bij ontvangst van het geld. Het was dus vaste prik om op het einde van de maand bij Van Liemt binnen te lopen. Als ik me gemeld had bij zijn secretaresse Annerie Bosch, moest ik meestal wachten tot dat ik binnen kon lopen. Hij was bijna altijd telefonisch in gesprek en Annerie kon aan het rode lampje op haar telefoon zien wanneer hij uitgebeld was. Als ik naar binnen kon gaan zei Van Liemt steevast “goedemorgen, ga zitten”. Dat laatste deed ik dan ook fatsoenshalve maar vond dat eigenlijk overbodig want ik hoefde alleen maar 10 briefjes van fl. 100,- op zijn bureau neer te leggen en op de kaart zijn handtekening te laten zetten. Meestal informeerde van Liemt erna hoe het met mij ging en hoe het thuis was. Bij het naar buiten lopen hoorde ik hem iedere keer roepen “Annerie, moet je nog geld hebben” Kennelijk had Annerie een potje waaruit ze contante betalingen voor hem deed.

Op de kamer van Van Liemt stond een tafeltje met een pompeus schaakbord met marmeren schaakstukken. Later bleek dat hij dat cadeau gekregen heeft toen hij in Engeland een DSM fabriek geopend heeft. Toen ik weer een keer bij hem binnenliep zei van Liemt “ik zie je steeds naar dat schaakbord kijken, schaak je soms?” Toen ik hem vertelde dat ik inderdaad hobby schaker was, antwoorde hij dat ik het bord en de schaakstukken dan maar mee moest nemen. Ik heb deze jaren later via Marktplaats voor een forse prijs verkocht.

Ik heb nog veel meer herinneringen aan Van Liemt die op 31 december 2020 op 87 jarige leeftijd is gestorven. Zo nodigde hij mij uit voor zijn geweldige afscheidsfeest op Kasteel Vaalsbroek, waar ik in de wachtrij mocht staan met multimiljonair Melchior voor me en minister Andriessen achter me. Ook herinner ik me een toespraak van Van Liemt toen minister Ruud Lubbers op bezoek was. Op enig moment zei hij “ik zal het kort houden want ik weet dat je om 15:00 uur in Maastricht moet zijn” om te vervolgen met “maar in Maastricht val je meer op door op te tijd te komen, dan te laat te komen”. Bij zijn afscheid vroeg een journalist hem “vind u het geen akelig idee om 60 jaar te worden”. Het antwoord van Van Liemt was “ik vind het een veel akeliger idee om geen 60 jaar te worden.

Hans van Liemt is overigens een tijdje voorzitter van Fortuna geweest. In 1974 haalde hij Hans van Huissteden over om van FC Utrecht naar Fortuna te komen. Doorslaggevend was dat hij Van Huissteden een baan op het hoofdkantoor beloofde na afloop van zijn voetbalcarrière.

Mijn takenpakket was erg divers en bestond uit een aantal verzamelde taken. Zo beheerde ik de personeelsdossiers van alle ex-directeuren en bestuurders. Die dossiers waren te vertrouwelijk om over te dragen aan het Centraal Archief, vond men. Een uitdrukkelijke aantekening die mijn voorganger bij de overdracht maakte was dat ik er wel zorgvuldig mee om moest gaan. Benieuwd naar wat ik zo al allemaal in die dossiers zou aantreffen besloot ik om er een aantal in te gaan zien. Het eerste dossier wat ik raadpleegde was dat van voormalig Staatsmijnen directeur Jansen. Mr. F.M.J. Jansen was een van de hoofddirecteuren van de Staatsmijnen in de jaren 1950 en 1960. Bladerend door het dossier kwam ik plotseling stukken tegen die gingen over een persoon met de naam Ansenk. In de veronderstelling dat het hier over 2 verschillende dossiers ging die samengevoegd waren, belde ik mijn collega Ton Schoenmakers die me de dossiers had overhandigd. Ik vertelde hem dat hij het verzoek om zorgvuldig om te gaan met de dossiers beter aan de vorige beheerders had kunnen richten. “Het eerste de beste dossier wat ik in handen krijg is al een puinhoop” zei ik tegen Ton. Die bestreed dit echter en legde me uit dat Jansen en Ansenk dezelfde personen waren. Omdat hij zijn naam te ordinair vond voor een persoon van zijn formaat had hij besloten om zijn naam te laten veranderen in Ansenk.

Rottier

In het voorjaar van 1992 liep Van Liemt een keer mijn kantoor binnen en vroeg of ik niet iedere week een paar uurtjes tijd overhad. Gekscherend antwoordde ik dat ik hier geen antwoord op zou geven zonder mijn advocaat te hebben geraadpleegd. “Even serieus” zei van Liemt. Hier aan de overkant boven winkelcentrum Het Loon woont Rottier, de oud president directeur van de Staatmijnen. Hij lijdt onder de ziekte van Parkinson en vraagt mij of ik iemand ken die hem een paar uurtjes per week kan helpen met zijn effectenportefeuille en belastingzaken. Het leek me leuk om Rottier, de man waar ik al zoveel verhalen van had gehoord, te leren kennen. Ik beloofde dan ook dat ik contact met hem zou opnemen. Ik belde Rottier en sprak met hem af dat ik elke woensdagmiddag van 15:00 uur tot 17:00 uur hem zou komen helpen. Toen Nel Gerards, de secretaresse van Ligthart dat hoorde, vertelde ze mij dat ze als jonge aankomende secretaresse Rottier nog meegemaakt had. “Het is geen gemakkelijke man”, zei ze. “Hij vloekte het hele kantoor bij elkaar als zijn potlood niet precies op de plaats lag waar die hoorde te liggen”. Over Nel Gerards valt overigens ook nog wat opmerkelijks te vertellen. Zij was getrouwd met Jozef Gerards, directeur DSM Limburg BV. Bizar als je bedenkt dat Louk Ligthart, waar Nel secretaresse van was, de baas van Jozef Gerards, haar man, was. Zo typte ze het beoordelingsrapport van haar eigen man uit en besprak ze ongetwijfeld met Jozef de zaken die binnen de Raad van Bestuur rondgingen.

Tijdens mijn eerste afspraak me Rottier liet deze mij een boek zien waar hij erg trots op was. Hierin stonden al zijn effecten vermeld die hij gemakkelijk kon terugvinden doordat hij er tabjes in had geknipt, Ik stond versteld van de omvang van zijn portefeuille. Een groot aantal binnen- en buitenlandse aandelenfondsen en talloze obligaties, het merendeel staatsobligaties. Het dikst zat hij in Unilever. “Die moet u ook kopen, meneer Linden, want eten blijven de mensen altijd” was zijn advies.
Mijn eerste klus was het berekenen van de het afgelopen jaar betaalde dividendbelasting met het oog op de aanstaande aangifte Inkomstenbelasting. De dividendbelasting bedraagt 25% van het ontvangen dividend, als zodanig niet moeilijk uit te rekenen. Ik pakte mijn meegenomen rekenmachine en begon met het intikken van het dividendbedrag. Nog voordat ik de toetsen /4 kon indrukken noemde Rottier de uitkomst al. “U gaat mij toch niet vertellen dat u hier een rekenmachientje voor nodig hebt” zei hij terwijl het toch om een getal van 5 cijfers ging. Later hoorde ik van diverse mensen dat Rottier bekend stond voor zijn fenomenale hoofdrekenen. Na een kwartiertje rekenen liet Rottier mij behoorlijk schrikken. Hij begon enorm te beven en hield zich met 2 handen aan de tafel vast. “Niet schrikken, dat is zo over” sprak hij terwijl hij met zijn hoofd schudde. Vervolgens ging hij verder of dat er niets gebeurd was.

Na een paar weken liep van Liemt weer bij mij binnen. “Een vraag” zei hij. “Heeft Rottier je al wat betaald voor je werk daar”? Ik antwoordde dat ik dat niet nodig vond omdat ik het werk in DSM werktijd deed en er geen kosten voor hoefde te maken. “Onzin” zei van Liemt en liep de kamer uit.
Een paar weken later kwam hij weer binnenlopen en stelde weer dezelfde vraag. Toen antwoordde ik weer hetzelfde en gaf aan betaling niet nodig te vinden. “Potverdorie, ik ga hem bellen” zei Van Liemt. Ik vond dit bijzonder gênant. Ik wist dat Van Liemt al jaren een vriendschappelijke band had met de familie Rottier en van tijd tot tijd met hem lunchte.

Kort voor het overlijden van Rottier ben ik de laatste keer bij hem geweest. Toen hij zoals gebruikelijk de deur voor mij openmaakte, hoorde ik op de achtergrond zijn vrouw schreeuwen. “Wie is daar Ton” riep ze. Hij antwoorde haar dat het woensdag was en dat ik dan zoals altijd langs kwam. “Wat hebben we afgesproken Ton, de dames komen bridgen en dan wil ik geen meneer Linden zien” was haar antwoord. Rottier deed nog een poging door te zeggen dat we dan wel op het kleine kamertje naast de voordeur zouden gaan zitten, maar ze was onverbiddelijk.
Beschaamd vroeg Rottier of ik het erg zou vinden als we een week zouden overslaan. Uiteraard vond ik dat niet erg. Ik ben gniffelend de lift ingestapt en vond het leuk om mee te maken dat de grote machtige Rottier, gewezen baas van bijna 50.000 mensen, door zijn vrouw te kakken werd gezet.

Kort na de dood van Rottier kwam van Liemt weer bij mij binnenlopen. “Ik kom je de laatste keer vragen of Rottier je betaald heeft” zei hij. Toen ik ontkennend antwoordde werd hij zichtbaar kwaad. “Het zijn goede mensen, maar zo groen als ik weet niet wat” zei hij. Met zijn lange benen stoof hij de kamer uit.
Amper een half uur later belde mevrouw Rottier. Ik dacht nog na over het smoesje dat ik zou verzinnen dat ik niet bij uitvaart was geweest, toen ze van wal stak. “Meneer Linden zou u nog één keertje willen langskomen, we zijn iets vergeten” zei ze. Toen ik bij haar aanbelde maakte ze de deur open met een grote enveloppe in haar handen. Ze overhandigde mij de enveloppe en bedankte mij voor alles wat ik voor haar man had gedaan en deed de deur weer dicht. Toen ik in de lift de enveloppe opende viel ik van verbazing achterover. Het precieze bedrag weet ik niet meer, maar het was meer dan mijn bruto maandinkomen. Terug op kantoor heb ik meteen Lily gebeld om te zeggen dat ze niet hoefde te koken.

Salarisadministratie

Bij de uitleg over de salarisbetaling bleek dat mijn voorganger Kubben een vreemde manier van werken had ontwikkeld. Voor de salarisadministratie werd hetzelfde software pakket gebruikt als voor de administratie van de honoraria van de Commissarissen. Toen ik vroeg waarom ze niet voor één van de vele standaardpakketten hadden gekozen, noemde hij 2 argumenten. Enerzijds waren die volgens Kubben te uitgebreid, wij hebben niets van doen met overwerk en dat soort dingen. Bij het anderzijds argument had ik zo snel niet stilgestaan. Die pakketten gaan maar tot een bedrag van 99.999 gulden zei Pierre. Vol ongeloof vroeg ik hem of het wel eens voorkwam dat hogere maandbedragen werden betaald. Ja, antwoordde hij. Dat komt voor als er bonussen worden uitgekeerd.

Het salarisprogramma was geïnstalleerd op een IBM AT PC. Daar werd ook de data op opgeslagen. Als hij echter klaar was met betalen en de salarisslips had uitgeprint, dan werden er 2 kopieën op grote 5 1/4 inch floppy’s gemaakt en dan werden de gegevens op de harde schijf met een speciaal programma onherstelbaar gewist. De diskettes werd dan opgeborgen in een kluis.

De grootste stress had ik op oudjaarsdag. Dan moest ik de jaaropgaves uitdraaien op een matrixprinter. Het door de Belastingdienst aangeleverde papier was van het type kettingformulier met gaatjes aan de zijkanten en gescheiden door scheurrandjes. De regelafstand op het formulier kwam niet helemaal overeen met de regelafstand van de printer. Ik zat dan steeds met het zweet in mijn handen de regelafstand bij te regelen.

Toen Pierre Kubben mij het salarispakket had uitgelegd heb ik hem gevraagd of hij mij ook wilde leren hoe je een salaris handmatig met behulp van de belastingtabellen moet uitrekenen. Aanvankelijk wilde hij dat niet doen, maar ik bleef aandringen met als argument dat ik ook zou moeten kunnen betalen als de PC kapot zou gaan. Pierre kon voor de rest niet met een PC omgaan, maar ik maakte een spreadsheet in Lotus 1-2-3. Excel hadden we toen nog niet. De spreadsheet moest dienen als backup voor het geval ik het salarispakket niet zou kunnen gebruiken.
Een paar dagen na de uitleg besloot ik de spreadsheet te testen. Ik nam uit de kast een ordner met salarisafrekeningen. Als leuk detail tussendoor: de floppy’s met de salarisafrekeningen werden opgeborgen in een zeer zware kluis, kopieën van de salarisslips waren opgeborgen in een kast met een slot dat je met een paperclip kon openmaken. Ik nam een willekeurige salarisslip uit de kast. Hij bleek van een ex Raad van Bestuurslid te zijn die inmiddels met pensioen was. Toen ik de gegevens van de slip overnam in mijn spreadsheet bleek er een verschil van 700 gulden in het nadeel van de ex-bestuurder uit te komen. Ik controleerde of ik de juiste belastingtabellen had gebruikt en kwam er niet achter waar het verschil in zat. Pierre had die dag verlof, dus die kon ik niet vragen.
Toen hij de dag erna op kantoor kwam heb ik hem meteen gevraagd of hij even mee kon kijken waar het verschil in zat. Pierre zag meteen al het probleem. Hij had indertijd een fout gemaakt in het salarisprogramma. Hopelijk een eenmalige en geen structurele. Mijn eerste vraag was hoe we dit gingen oplossen. “Niet” antwoorde hij resoluut. “Die lui hebben geld zat, en als hij het gemist zou hebben, dan had hij zich al lang gemeld”. Het koste mij behoorlijk wat moeite om hem duidelijk te maken dat ik zo niet in elkaar zit en dat ik het verschil koste wat koste wilde gaan nabetalen. Hetgeen ook gebeurd is.

Het kwam wel eens vaker voor dat Pierre een speciale aanpak van zaken liet zien. Zo kreeg hij tijdens mijn inwerkperiode een brief gericht aan de Raad van Bestuur met een inhoud die kennelijk nogal moeilijk was. Hij zij “die hebben we nooit gehad”, scheurde de brief kapot en gooide hem in de prullenbak.

Ook bracht hij vaker kapotte electrospullen van thuis mee. Ik herinner me dat ik op een dag met hem onderweg was naar de financiële administratie op de 3de verdieping en Pierre zei dat we nog even langs moesten bij de Technische Dienst in de kelder. Daar haalde hij een scheerapparaat uit zijn zak en legde het op de balie. “Repareren, van de Raad van Bestuur, en met spoed” zei hij en liep weer naar buiten.

Diezelfde dag moest hij nog iets bij mij kwijt. “Jij rookt toch ook”, zei hij. “Ik haal bij de kantine iedere week een slof sigaretten en een doos sigaren, en als je slim bent doe jij dat ook”. In die tijd stonden op alle kamers op de 8ste verdieping dozen met sigaretten en sigaren, maar aangezien niemand rookte, hoefde die maar zelden bijgevuld te worden. Hij nam die slof sigaretten en de sigaren dan ook mee naar huis. Toen ik tegen Pierre zei dat ik niet van plan was om sigaretten te stelen, begon hij zich ongerust te maken. Het zou volgens Pierre vragen oproepen als er plotseling geen sigaretten of sigaren voor de Raad van Bestuur meer gehaald zouden worden. Uit de financiële rapportages zou dat niemand opvallen, die kreeg alleen Pierre onder ogen. Hij was alleen bang dat ze bij de kantine vragen zouden gaan stellen.

Er was nog iets wat hij mij moest vertellen. De manager Events van Public Relations ging regelmatig naar Schoonhoven om daar zilveren relatiecadeau ’s te kopen. De rekening hiervan werd door Pierre Kubben betaald. Ik begreep dat niet en vroeg waarom de rekening niet door Public Relations betaald werd. Pierre legde me uit dat het zilverwerk meestal meegenomen werd door de Raad van Bestuur. Prima, zei ik, dan verrekenen we dat toch als dat het geval is. Maar Pierre vond dat te omslachtig.
Toen op een dag weer eens een rekening van een zilversmid bij ons binnenkwam, zei Pierre dat we even naar Berry Verlaan, de Manager Events moesten. Op de kamer van Berry stond een glazen vitrinekast vol met zilveren molentjes, klompen en ander zilverwerk. Pierre liep rechtstreeks naar de kast en begon een aantal dingen aan te wijzen. Berry nam de aangewezen artikelen uit de kast en gaf die aan Pierre. Die stopte hij meteen in zijn broekzak. Zonder wat te zeggen liep hij weer terug naar zijn eigen kantoor. Onderweg zei hij dat hij dat ooit met Berry had afgesproken en dat dit zijn vergoeding was voor het feit dat hij de rekeningen rechtstreeks betaalde.

Dat sjoemelen zat Pierre kennelijk in de genen. Toen hij al een aantal maanden met de VUT was kwam ik in het centrum van Sittard zijn vrouw Sophie tegen. Ik vroeg haar hoe het met Pierre was. “Goed” antwoorde ze. Ik vroeg haar of ze nu Pierre thuis is ook goede hulp in de huishouding had gekregen. “Schei uit” zei ze, “vorige week heb ik hem gevraagd of hij de bovenverdieping wilde stofzuigen, terwijl ik beneden aan het werk was. Daar stemde hij mee in. Ik hoorde dat hij de stofzuiger aanzette. Toen de stofzuiger na meer dan een half uur nog steeds liep, ben ik boven gaan kijken. En wat denk je: Pierre had de stofzuiger op de overloop aangezet en zat zelf achter zijn PC te bridgen”

Klik hier voor de volgende pagina
Klik hier om terug te keren naar de inhoudsopgave